Vreemd ?
Het waren andere tijden in 1960.
Na de ramp deed de Port Authority van Calcutta onderzoek, maar dat werd zonder resultaat afgesloten.
De Nederlandse overheid vond vooral dat er veel redenen waren om zelf geen onderzoek in te stellen: Het schip stond niet in Nederland geregistreerd, het was geen zeegaand schip, maar een baggerwerktuig, bezig op een werk op een binnenwater, in een land waarmee geen uitwisselingsverdragen waren.
De Amsterdamse Ballast Maatschappij kon het onderzoek naar de ramp dus geheel in eigen huis houden; er kwam geen enkel concreet resultaat naar buiten.
De kranten namen de redenatie van de overheid en de persberichten van de Amsterdamse Ballast Maatschappij over de ramp braafjes over, hoewel het in Nederland gonsde van de geruchten dat de Lake Fithian slecht onderhouden zou zijn.
De journalist en schrijver A. den Doolaard was de enige journalist die op de plaats van ramp is geweest, met toestemming van de Amsterdamse Ballast Maatschappij, die er verder liever geen journalisten bij wilden hebben.
De Gelderlander vond dat in een artikel van 14 december 1960 geheel vanzelfsprekend:
" De Amsterdamse Ballast Maatschappij te Calcutta was er indertijd huiverig voor om ondanks vele telefonische aanvragen van bladen uit Nederland inlichtingen te geven over de vermoedelijke oorzaken, omdat er niet voldoende zekerheid bestond dat volslagen leken in het baggerbedrijf die op de juiste manier zouden uitleggen. Bovendien was het onderzoek nog niet afgesloten. Het is nu afgesloten en daarom achten wij ons gerechtigd thans de verhalen van de ooggetuigen te publiceren, zoals Den Doolaard deze indertijd optekende." *
Den Doolaard en de overlevenden die hij sprak, berustten in het feit dat de oorzaak van het doorslippen nooit gevonden zou worden:
"Op een wijze, die zelfs oudgediende vaklieden in het natte bedrijf voor een raadsel stelt, is een grote cutterzuiger met 17 man door een getij- rivier verzwolgen. ... Als wij, mensen van de praktijk voor een raadsel staan, kunnen we van hen (d.i. de Haven Commissie) moeilijk een verklaring verwachten." *
De bij de ramp omgekomen cutterbaas Jos van der Starre schrijft in een brief aan zijn broer dat de Lake Fithian in de periode van december 1959 tot november 1960 3 maanden had gewerkt en de rest van de tijd stuk was. Het personeel lag over de slecht werkomstandigheden regelmatig in de clinch met de maatschappij, maar die trok zich er weinig van aan.
Ook vond de bemanning het vreemd dat de oude Lake Fithian in het gevaarlijkste deel van de rivier zijn werk moest doen, terwijl de nieuwe Queen of Holland in een veiliger deel aan het werk was. Het gerucht ging dat de Lake Fithian oud en afgeschreven was, maar toch door de Amsterdamse Ballast Maatschappij zwaar werd verzekerd. Waarschijnlijk ging de Ballast Maatschappij hier berekend te werk: De Lake Fithian kon beter een onverhoopt slachtoffer van de Hooghly rivier worden, dan hun nieuwe Queen of Holland.